Verslijming van de Noordzee

Geen slapjanussen die kwallen, maar heuse toppredatoren in verstoorde voedselwebben…


Fishing down the foodweb in de zuidelijke Noordzee gekoppeld aan de opmars van kwallen (figuur opgesteld door Hans Hillewaert en mezelf).
Let op oorkwal, fint, ansjovis, mul, makreel, zeebaars, kleine pieterman, kabeljauw, Calanus helgolandicus

Met de uitdrukking “fishing down the foodweb” wordt bedoeld dat visserijen zich in het begin doorgaans richten op de grootste soorten, die het meest commercieel interessant zijn, maar vaak ook minder goed bestand zijn tegen een intensieve visserijdruk. Doordat het bestand van deze top predators sterk achteruit gaat, worden de kleinere soorten minder gepredeerd waardoor het bestand aan kleiner soorten kan toenemen. Vervolgens zijn deze soorten de volgende doelsoorten voor de visserij.

Uit wereldwijd wetenschappelijk onderzoek is meermaals gebleken dat kwallen het goed doen in deze overbeviste systemen, ze tieren welig op het voedsel dat niet langer door de vissen wordt gegeten.

Kwallen eten zowel de vissenlarven en -eitjes op, als het zoöplankton waarmee deze larven zich voeden. Ze ageren dus zowel als concurrent  en als predator van de vissen. Dit in combinatie met een zeer hoge reproduceerbaarheid en het feit dat ze  zelf amper op het menu staan van andere soorten, leidt tot een probleemsituatie (trofisch doodlopend straatje) waaruit soms geen uitweg mogelijk is. Op deze manier kunnen kwallen toppredatoren worden,  visbestanden reguleren en deze verder onder druk zetten.

Kwallen worden in de Noordzee vooral gereguleerd door licht, watertemperatuur, zoutgehalte en voedselaanwezigheid, die op hun beurt beïnvloed worden door grootschalige atmosferische patronen in windrichting en zeestromingen. Deze atmosferische patronen zitten vervat in de Noord-Atlantische Oscillatie (NAO). Hoe groter de NAO, hoe meer warm Atlantisch water er richting Noordzee stroomt (Atlantic inflow) en hoe meer kwallen er in onze wateren blijken voor te komen.


Enkele van onze kleinere kwallensoorten: Wijzerszin beginnend van bovenaan:
Beroe cucumis, Mnemiopsis leidyi, Bougainvillea
sp. en Amphinema dinema

Reintje en vrienden

Na jaren zwoegen eindelijk een plek gevonden alwaar vossen geen ijle schimmen zijn die alle daglicht mijden, maar door het leven gaan als dagactieve fotogenieke schatjes. Een plek zonder weidelijke jagers die vinden dat het niet kan dat een wilde vos hun uitgezette kweekfazanten opeet, een plek zonder stroppen. In België moet hij sluw zijn, die vos heet.

Het moest hier allemaal heel snel gaan, de vos liep op een pad en dacht even na wat hij/zij die avond zou eten. “klik”

In hun spoor blijken deze vossen veel vliegende vriendjes te hebben, die als coprofaag voedsel halen uit hun drollen. De tweede foto toont klaverblauwtjes en zwart blauwtje foeragerend op uitwerpselen. Beelden genomen in Gran Paradiso NP, Italië

Think Pink

Niets des mensen blijkt de natuur vreemd.

Laten we het eens hebben over onze roze vrienden, een groep met wereldwijd maar zes soorten: de flamingo’s.

Wisten jullie dat er onder de flamingo’s een record aantal homofiele koppeltjes bestaat, in vergelijking met andere vogelgroepen? Al dit roze is dus niet zonder bijwerking gebleven.

Zeer goede ouders trouwens, die gay flamingo’s: Wetenschappers gaven een aantal homokoppeltjes een bevrucht ei om uit te broeden. De ouders bleken even succesvol in het opvoeden van de jongen.

Zijn het nu hun abnormaal gevormde koppen, hun elegant gedrag of hun totaal atypisch emotieloos voorkomen, ik weet het niet maar iets doet mij veel sympathie hebben voor deze dieren.

Zoöplankton: klein = schattig, toch?

Vliegt de kapitein uit de kajuit, dan speelt er een potvis met de schuit…

Iedereen kent het spreekwoord en ik geef toe dat er heel veel waarheid in zit, maar net zoals alle grote predatoren in zee hangt de potvis af van het zoöplankton. Een cruciaal onderdeel van het marien voedselweb.

Al anderhalf jaar spitst mijn werk zich toe op de zoöplanktongemeenschappen in het Belgisch deel van de Noordzee. Wie komt waar voor en wanneer, en wie wordt door onze pelagische vissen opgegeten?

Dit zootje ongeregeld fotograferen is niet evident en vereist een camera gemonteerd op een binoculaire miscroscoop. Wegens de zeer kleine dieptescherpte van deze technologie moet je een hoop beelden nemen en deze vervolgens aan elkaar plakken (stacken).

Hier enkele beauties die ik de laatste maanden mocht aanschouwen:

van links naar rechts: Bougainvillea sp. (Hydrozoa, 2mm) met Acartia clausii copepode in de maag, Meganyctiphanes norvegica (Krill, 1cm), Tomopteris helgolandica (borstelworm, 1cm)

Schurftvis larve Arnoglossus laterna (3mm)

Haring larve Clupea harengus (25mm)